Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: omvang schade staat niet vast, aanvullend voorschot op BGK en kosten deelgeschil afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 21 februari 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:923
  • C/01/311485 / EX RK 16-154

Medische fout kaakchirurg (3 tanden getrokken die moesten blijven staan). Verzoekster vraagt om aanvullend voorschot van € 11.387,- ter zake van BGK (door verzekeraar is reeds € 6.000,- a € 7.000,- betaald aan BGK). 1. De rechtbank wijst het verzoek af. Om de vraag te kunnen beantwoorden of het uitblijven van een herstelbehandeling (en daardoor ontstane schade) vanwege de (pre-existente) ernstige psychische problemen van verzoekster aan haar kan worden tegengeworpen, is volgens verzoekster onderzoek door een onafhankelijk psychiater noodzakelijk. Wat de omvang van de schade is, staat dus nog niet vast. Dat verzoekster recht heeft op een hogere vergoeding voor BGK dan reeds is betaald acht de rechtbank te minder aannemelijk gelet op de wijze waarop het overleg met het ziekenhuis over de schadeafwikkeling is verlopen. De rechtbank concludeert dat de handelwijze van de belangenbehartiger niet erg constructief is geweest. 2. Kosten deelgeschil afgewezen; deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplash, causaal verband niet vast te stellen op basis van (alleen) medische gegevens uit behandelend sector; voorschot en BGK afgewezen

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 12 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7597
  • C/16/416926 / HA RK 16-120

Verzoeker ((prof)voetballer) heeft na ongeval nek-, hoofdpijn en knieklachten en verzoekt om verklaring voor recht dat verzekeraar aansprakelijk is voor verlies van arbeidsvermogen. 1. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de thans beschikbare medische informatie niet kan worden geconcludeerd dat sprake is van causaal verband tussen het ongeval en de gestelde klachten. De medische informatie betreft immers (alleen) medische gegevens uit de behandelend sector. Daarvan maakt een onderzoek door een neuroloog bovendien geen deel uit. Tot op heden is de neuroloog vooralsnog de meest aangewezen specialist om de vraag naar het (medisch) oorzakelijk verband tussen klachten en een ongeval te beantwoorden. Op dit moment bestaat dus nog geen duidelijkheid over de causaliteit, terwijl binnen de deelgeschilprocedure geen ruimte bestaat voor (uitgebreide) bewijslevering. 2. Voorschot afgewezen. 3. BGK afgewezen. Hoewel het redelijk is dat verzoeker kosten maakt, waaronder kosten van rechtsbijstand is de rechtbank van oordeel dat i.v.m. de onduidelijkheid over het causaal verband en daarmee over de omvang van de schade, de verzekeraar niet gehouden is tot het voldoen van de gevorderde BGK. 4. Kosten deelgeschil: € 2.450,25.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: botsing auto met van rechts komende, te hard rijdende bus: 2/3-1/3

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 5 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7596
  • C/16/398359 / HA RK 15-195

Verzoekster (inzittende) loopt letsel op bij botsing tussen auto die geen voorrang verleent n bus die te hard rijdt. De rechtbank concludeert op basis van getuigenverklaringen dat de bus 40 km/uur reed in een 30 kilometerzone, derhalve een substantiële overtreding.
De rechtbank oordeelt dat de verkeersfout van de bestuurder van de auto, het niet verlenen van voorrang aan van rechts komend verkeer, weegt zwaar. Daartegenover staat dat ook op het rijgedrag van de chauffeur van de lijnbus het een en ander valt aan te merken. De mate waarin de wijze waarop de bus aan het verkeer heeft deelgenomen, heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval stelt de rechtbank op basis van het voorgaande vast op 1/3. Kosten deelgeschil: 1/3 van € 5.590,52.

Lees verder

Vaknieuws

Verbond: Verzekeraar meer ‘streetwise’ bij aanpak fraude

  • Verbond van Verzekeraars
  • 2 maart 2017
13-09-30_logo_Verbond_04

Verzekeraars gaan steeds meer ‘streetwise’ te werk bij de aanpak van verzekeringsfraude, onder meer door informatie vaker te delen. Het aantal fraudeonderzoeken dat verzekeraars in 2016 bij het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (CBV) van het Verbond van Verzekeraars meldden, steeg met 21 procent. Door de denk- en handelswijze van fraudeurs beter te analyseren en te voorspellen, stijgt het aandeel onderzoeken naar fraude in de acceptatiefase. Het aantal gemelde onderzoeken naar fraude met motorrijtuigen steeg vorig jaar fors, het aantal sjoemelgevallen met ziekteverzuim verdubbelde zelfs ruim.

Lees verder

Jurisprudentie

NAM aansprakelijk immateriële schade inwoners Groningen na aardbevingen

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 1 maart 2017
  • C/19/109028 / HA ZA 15-33

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) is aansprakelijk voor de door inwoners van het Groningenveld geleden en/of nog te lijden immateriële schade, als gevolg van de aardbevingen. 127 eisers vorderden een verklaring voor recht. De rechtbank oordeelt dat voor het deel van het Groningenveld, waar regelmatig aardbevingen worden gevoeld en schade wordt geleden, gesproken kan worden van een situatie waarin door de NAM een ernstige inbreuk wordt gemaakt op een fundamenteel persoonlijkheidsrecht, het recht op een ongestoord woongenot. Ook zonder dat er sprake is van geestelijk letsel leidt dit tot aantasting in de persoon, bij degenen die daardoor persoonlijk gevoelens van angst, zorg en psychisch onbehagen ervaren. In een schadestaatprocedure zal per eiser de hoogte van de schadevergoeding worden bepaald.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: botsing tussen stilstaande auto en racefietser: overmacht art 185 WVW

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Den Haag
  • 26 januari 2017
  • 5116149 EJ VERZ 16-83110

Wielrenner passeert auto die op smalle weg stil staat om tegemoetkomende auto voorbij te laten, raakt daarbij spiegel en komt ten val en scheurt vingerkootje af. WAM-verzekeraar vraagt verklaring voor recht dat sprake is van overmacht in de zin van art 185 WVW. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van overmacht. Van het feit dat de bestuurder zijn auto stil heeft gezet om de hem tegemoet komende auto door te laten, kan hem geen verwijt worden gemaakt. Hij had er op geen enkele wijze rekening mee heeft hoeven houden dat de hem achterop komende fietser zich in gevaar wilde brengen door zich met behoorlijke snelheid met zijn racefiets tussen de beide auto’s door te wringen. Bestuurder heeft er zonder meer vanuit mogen gaan dat de hem achterop komende fietsers achter hem stil zouden houden.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: integriteitsschade wegens niet melden van veelvoorkomende complicatie afgewezen

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 9 februari 2017
  • ECLI:NL:RBZWB:2017:851
  • 5483643 OV VERZ 16-7840

Benadeelde stelt arts aansprakelijk voor integriteitsschade (€ 10.000,- ) na prostaatoperatie. Door arts was veel voorkomende complicatie (verlies van uitwendige ejaculatie; komt in 70-80% gevallen voor) niet gemeld; hiervoor is hij tuchtrechtelijk veroordeeld. De kantonrechter overweegt dat hij zich zelfstandig een oordeel dient te vormen, waarbij een eventueel afwijkend oordeel van de tuchtrechter gemotiveerd moet worden. De “omkeringsregel” met betrekking tot de bewijslast geldt bij de inlichtingenplicht niet. De kantonrechter ziet geen aanleiding benadeelde het bewijs van zijn stelling dat hij onvoldoende is ingelicht op te dragen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft benadeelde onvoldoende onderbouwd gesteld dat hij als redelijk handelende patiënt niet voor de behandeling had gekozen als hij voldoende was geïnformeerd. Dat benadeelde van de ingreep zou hebben afgezien ligt niet voor de hand. 2. De kantonrechter acht onvoldoende onderbouwd dat, als komt vast te staan dat de informatieplicht is geschonden, daardoor sprake is van een zodanig ernstige schending van de persoonlijke levenssfeer dat die moet worden aangemerkt als een persoonsaantasting in de zin van artikel 6:106 lid 1 sub b BW. 3. Kosten deelgeschil: € 4.365,25.

Lees verder

Vaknieuws

Artikelen in PIV-Bulletin 2017 nr. 1

  • PIV-bulletin
  • 23 februari 2017
piv bull 2017

Het eerste PIV-Bulletin van 2017 is verschenen! In dit nieuwe PIV-Bulletin zijn de volgende artikelen opgenomen: 1. Wat is redelijk in het kader van buitengerechtelijke kosten?; 2. Culturen van letselschadeafwikkeling: ervaringen in Engeland, Noorwegen en Nederland; 3. Hoge Raad 23 december 2016: een voorbehoud van behoorlijk lange duur; 4. Trajecten met één medisch adviseur zijn sneller en goedkoper; 5. Kansschade: wat zou er zijn gebeurd als de arts…?; 6. Wie eist bewijst, wie stelt krijgt geld, verslag LSA symposion; 7. Beleidsregels van de Autoriteit Persoonsgegevens over de verwerking van persoonsgegevens van zieke werknemers.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: mishandelingen binnen katholieke kerk: beroep op absolute verjaring niet onaanvaardbaar

  • Hof Den Bosch
  • 21 februari 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:584
  • 200 178 285_01

Benadeelde heeft in 2010 de Confederatie van de Vlaamse en Nederlandse Provincie van de Congregatie van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus aansprakelijk gesteld voor de schade door mishandelingen gedurende zijn verblijf in een jongensinternaat in de periode 1964-1971. Het hof toetst aan de zeven gezichtspunten die de Hoge Raad heeft ontwikkeld in het arrest 28 april 2000 LJN: AA5635 (Van Hese/de Schelde). Niet is komen vast te staan dat sprake is van verborgen schade. Eiser is 20 jaar later in de periode 1990-1993 onder behandeling geweest van een psychiater voor klachten wegens de gebeurtenissen tijdens verblijf in het jongensinternaat.. Hij heeft vervolgens de Congregatie pas in 2010 aansprakelijk gesteld. Op grond de gezichtspunten (a) tot en met (g) uit het arrest Van Hese/De Schelde in onderling verband en samenhang bezien, komt het hof tot de conclusie dat het beroep op verjaring van de Congregatie niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: deelgeschilprocedure biedt geen plaats voor nader onderzoek diverse schadeposten

  • Rechtbank Den Haag
  • 5 januari 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:1102
  • C/09/516521 / HA RK 16-406

Benadeelde heeft bij ongeval in 2011 letsel opgelopen. Hij verzoekt de schade vast te stellen op een totaalbedrag van € 348.204,-, onder meer wegens verlies van arbeidsvermogen. De rechtbank wijst het verzoek af. De rechtbank acht onvoldoende toegelicht dat verzoeker zonder ongeval zijn huidige inkomen zou hebben aangevuld met inkomsten uit een in Spanje te starten Bed & Breakfast en het geven van workshops. De rechtbank oordeelt dat de omvang van de schadeposten in onvoldoende mate is vast te stellen; om de schade te kunnen begroten, is nader onderzoek noodzakelijk. Hiervoor is echter binnen de kaders van een deelgeschilprocedure geen plaats. Verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op € 4.472,48.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: kosten van contra-expert geen vermogensschade nu ‘gratis dienstverlening’ is gegarandeerd

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Den Haag
  • 15 februari 2017
  • 5257343 RL EXPL 16-20981

Geen letselzaak. Eiser heeft ter vaststelling van schade in kader van schadeverzekering (‘Woon- & Vrije Tijdpakket’ ) contra-expert ingeschakeld. Hij vordert de kosten hiervan van de verzekeraar. De kantonrechter wijst de vordering af wegens gebrek aan belang. De kantonrechter is van oordeel dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat zij de gevorderde kosten van de contra-expertise zelf dient te dragen. Mede gelet op de garantie op de website van Krantz & Polak dat de dienstverlening gratis is had dat wel van eiser verwacht mogen worden. De kantonrechter concludeert dat de kosten van de contra-expert geen vermogensschade van eiser betreffen.

Lees verder

Vaknieuws

Artikel “30 jaar redelijkheid bij de BGK: enkele overwegingen van de verzekeraars” in Letsel & Schade

  • Letsel & Schade, PIV
  • 21 december 2016
  • mr. A.F.J. Blondeel en mr. A.E. Santen
Letsel & Schade

In het themanummer over BGK van Letsel & Schade hebben mr. A.F.J. Blondeel en mr. A.E. Santen, beiden lid van de redactie van het PIV-bulletin, namens het PIV de visie van verzekeraars verwoord. “Bijna dertig jaar na het Drenth-arrest en bijna vijfentwintig jaar na deinvoering van het huidig BW in 1992, blijken er nog steeds grote verschillen van inzicht tussen de declarerende belangenbehartigers en de tot betaling aangesproken verzekeraars te bestaan over wat redelijk is in de zin van de dubbele redelijkheidstoets welke aan artikel 6:96 BW ten grondslag ligt. Een discussie die zelf ook weer aanleiding geeft tot oplopende transactiekosten, die uiteindelijk door het collectief van premiebetalers moeten worden betaald. Ook de rechtspraak levert geen eenduidige uitspraken op, is fragmentarisch, want steeds op dossierniveau. Er is geen sprake van een deugdelijke marktwerking. Het ontbreekt aan een toetsingskader dat duidelijke voorwaarden stelt aan de toegevoegde waarde die de diverse gedeclareerde werkzaamheden dienen te genereren. Dertig jaar na het Drenth-arrest en vijfentwintig jaar na de invoering van het huidig BW, lijkt het dan ook tijd voor een grondige evaluatie van de diverse in de markt vigerende verdienmodellen die aan art. 6:96 BW hun bestaansrecht hebben ontleend.”

Lees verder

Jurisprudentie

Rb (in kort geding): whiplash, Delta V tussen 6,5 en 14 km/uur, vordering afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Overijssel
  • 17 februari 2017
  • ongepubliceerd
  • C/08/196779 /KGZA 17-17

Whiplash. Benadeelde stelt dat hij na ongeval o.a. nekklachten en concentratiestoornissen heeft, waardoor hij niet in staat zou zijn enige werkzaamheden te verrichten en vordert een voorschot. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af, nu zowel het bestaan als de omvang van de vordering allesbehalve in hoge mate aannemelijk is. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat uit het Delta V onderzoek blijkt dat de Delta V tussen 6,5 en 14 km/uur ligt en de G-krachten 1,5 tot 4,0 G hebben bedragen. en dat die waarden gering zijn. Uit dat onderzoek kan voorshands worden afgeleid dat de aanrijding niet hard ging en dat benadeelde niet heeft blootgestaan aan dermate hevige krachten dat die de langdurige en heftige gevolgen zoals door benadeelde gesteld kunnen verklaren. Dit wordt nog bevestigd door (a) het feit dat de airbags niet werden geactiveerd en (b) de geringe schade aan die auto.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: psychische schade na bankoverval in 1990, vordering verjaard

  • Hof Amsterdam
  • 6 december 2016
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:5231
  • 200.178.042/01

Werkneemster stelt bank aansprakelijk voor (psychische) schade na gewapende overval in 1990. Het hof oordeelt dat de vordering is verjaard. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW een objectief en in beginsel absoluut karakter heeft. Dat wil niet zeggen dat deze termijn nooit op grond van artikel 6:2 lid 2 BW buiten toepassing zou kunnen blijven. Een zodanig uitzonderlijk geval kan zich voordoen wanneer onzeker is of de gebeurtenis die de schade kan veroorzaken inderdaad tot schade zal leiden, die onzekerheid zeer lange tijd is blijven bestaan en de schade in die zin naar haar aard verborgen is gebleven dat zij daadwerkelijk is ontstaan en dus pas kon worden geconstateerd nadat de verjaringstermijn reeds was verstreken (HR 24 april 2000, (Van Hese/De Schelde). Hiervan is geen sprake; de schade is niet naar haar aard verborgen gebleven.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: oordeel hof over carrièreverloop en persoonlijkheidsstructuur benadeelde onbegrijpelijk

  • Hoge Raad
  • 17 februari 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:273
  • 16/00939

Benadeelde heeft in 1989 whiplashletsel opgelopen. Vóór het ongeval had benadeelde molen van ouders overgenomen. Uit bedrijfseconomisch onderzoek bleek dat molen niet rendabel was. Benadeelde stelde aanvankelijk dat de molen zijn lust en zijn leven was; in hoger beroep stelde hij (23 jaar na het ongeval) dat hij een diploma van de SMS zou hebben behaald en een carrière vergelijkbaar met die van medestudenten zou hebben gehad. Het hof wees de vordering af. De Hoge Raad acht het oordeel van het hof onbegrijpelijk. De Hoge Raad oordeelt dat de vermeldingen in het neuropsychologisch rapport dat het algehele functioneren van benadeelde nadelig wordt beïnvloed door pre-existente en niet-ongevalsgerelateerde psychologische factoren, zonder nadere motivering niet het oordeel kunnen dragen dat aan gerede twijfel onderhevig is of benadeelde een vergelijkbare carrière had kunnen realiseren als zijn studiegenoten. Het rapport vermeldt immers niet in hoeverre de persoonlijkheidsstructuur van benadeelde zonder ongeval van invloed zou zijn geweest De Hoge Raad oordeelt voorts dat benadeelde niet behoefde te verklaren waarom hij in hoger beroep een ander standpunt innam dan in eerste aanleg. Het stond hem immers in beginsel vrij in hoger beroep de grondslag van zijn vordering te wijzigen. Volgt verwijzing naar een ander hof.

Lees verder